Harm Peter Smilde
Leene Communicatie bestaat 20 jaar. Om dit te vieren laten we de komende maanden twintig collega’s en oud-collega’s aan het woord over ons bureau, ons werk en het communicatievak. Onder het motto ‘twintig over twintig’ blikken zij in twintig vragen terug op twintig jaar Leene én kijken ze naar wat de ontwikkelingen binnen ons vak betekenen voor de komende twintig jaar. In dit blog onze oud-collega: Harm Peter Smilde.

1. Wil je je eens voorstellen?
Mijn naam is Harm Peter Smilde. Ik ben 54 jaar, getrouwd en woonachtig in Culemborg.

2. Van wanneer tot wanneer werkte je bij Leene Communicatie?
Ik werkte van 1 december 2004 tot 1 april 2011 bij (eerst) Leene.txt, dat rimpelloos overging in Leene Communicatie.

3. Wat deed je binnen het bureau?
Ik schreef teksten, van speeches, persberichten en interviews tot brochures, webteksten en jaarverslagen. Verder gaf ik communicatieadvies. Ik ben ook nog een tijdje teamleider geweest van team 3 (het beste team in de geschiedenis van Leene, zou mijn idiote achterneef Donald zeggen).

4. Voor welke opdrachtgevers / projecten?
Heb je even? Voor de Rijksvoorlichtingsdienst heb ik een jaar de jubileumsite van toenmalig koningin Beatrix beheerd, verder heb ik veel geschreven voor Achmea SZ, Raet, Rotterdam Climate Initiative, Werken bij het Rijk, Nationale-Nederlanden, Openbaar Ministerie en Sociale Verzekeringsbank, om maar een paar opdrachtgevers te noemen.

5. Wat was voor jou de belangrijkste gebeurtenis in de afgelopen 20 jaar?
Als ik die vraag heel algemeen opvat, is er nogal wat keus. Maar ’t is niet moeilijk: de Nobelprijs voor Bob Dylan in 2016 met op de goede tweede plaats mijn boek over Bob Dylan dat vorig jaar verscheen.

6. Wat doe je nu?
Verrassend: ik ben tekstschrijver en schrijver, zij het dat ik iets meer ben opgeschoven naar de journalistiek en het schrijven van boeken. En dat ik er een wijnhandeltje naast heb.

7. Wat voor bureau was het toen jij er werkte?
Toen ik arriveerde waren we met z’n vieren: Job, Steffart, Tom (die vrij snel weer vertrok) en ik. Het kantoor zat aan het Zwaansgat (je vindt het niet als je het niet weet) en we overlegden aan een tafel die door Job zelf was gefiguurzaagd. Vrijdag was er patat van Ladage. Toen dat kantoor vol was (want we haalden opdrachten en aanbestedingen binnen alsof het warme broodjes waren) verhuisden we naar de Vossenburchkade. Toen ook dat vol zat (die broodjesbakker bleef maar komen), gingen we naar de Karnemelksloot. Ik vond het inmiddels te groot geworden (23 of 24 collega’s) en overleggen is nooit mijn hobby geweest, dus ben ik vervolgens voor mezelf begonnen.

8. Welke collega’s zijn je het meest bijgebleven en waarom?
Tricky dit. Als je bepaalde mensen wel of niet noemt, maak je vanzelf veel vrienden of vijanden. Natuurlijk zijn dat vooral de collega’s van het prille begin (oftewel Het Genootschap van het Zwaansgat): Job, Steffart, Corine en Maarten, vooral omdat we min of meer aan het pionieren waren en bijzonder nauw samenwerkten. Maar ook de verbeten potjes tafelvoetbal samen met Martine tegen de onverbeterlijke Ajacied Kees (wie zijn vaste teammaat was, staat me dan weer niet bij) vormen levendige herinneringen.

9. Wat heb je geleerd bij Leene Communicatie?
In mijn Leene-periode heb ik mijn (al redelijk brede) schrijfvaardigheden verder verbreed en verdiept. Vooral door het werken voor de (semi-)overheid heb ik meer oog gekregen voor de politieke kant van communicatie en schrijven.

10. Met welk gevoel kijk jij terug op die tijd?
Never a dull moment. Ondanks de druk en de drukte was er altijd ruimte voor plezier en gezelligheid, dus ik kijk er met een goed gevoel op terug.

11. Wat was er toen/vroeger in de communicatiewereld helemaal anders dan tegenwoordig?
Sociale media speelden een veel kleinere rol (al ontwikkelde zich dat juist in de periode behoorlijk, kent u Hyves nog?). Verder geloof ik niet dat er fundamenteel iets in communicatie verandert. Je wilt als organisatie iets vertellen en dat komt bij je doelgroep aan of niet. Alles wat daarin vroeger goed of fout kon gaan, zie ik nog steeds goed of fout gaan.

12. Wat was je grootste blunder, lachwekkende situatie of uitglijder?
Ik maakte geen fouten, sorry. Zonder gekkigheid, op de jubileumsite van Hare Majesteit heb ik wel eens onbedoeld wat dingen gezet die laaiende telefoontjes van mijn contactpersoon bij de RVD opleverden. Die paar keer dat ze met stoom uit haar oren belde, dreigde ze altijd met straffen die zouden worden opgelegd door de voorzitter van de Eerste Kamer. Waarom dat was, is me ontgaan, maar ik ben nog altijd een beetje bang voor die club.

13. Wat heb je toen nooit durven zeggen, maar wil je alsnog met ons delen?
Volgens mij zeiden we (in mijn tijd althans) altijd alles tegen elkaar, al dan niet met stemverheffing. Ik weet niet of ik ooit heb gezegd dat ik die gefiguurzaagde tafel van Job spuuglelijk vond (ik denk het wel trouwens).

14. Wat maakt Leene Communicatie volgens jou uniek?
Ik heb werkelijk geen idee of Leene Communicatie uniek is, naar mijn idee riepen we dat nooit tegen elkaar. Misschien dat in ieder geval het ontbreken van opgelegde bedrijfstrots bijzonder is voor een club die echt goed werk levert.

15. Wat was het leukste Leene-uitje waar je ooit bij was en waarom (vertel eens…)?
Er staat me iets bij van een uitje in Amsterdam, in Oudewater en in de Ardennen. Het lukt me niet daarin een keuze te maken. Ik kan me een fake-ruzie met Gerdi op de Dam herinneren. Dat was wel grappig.

16.Wat is volgens jou de belangrijkste communicatietrend van dit moment?
Daar hou ik me eigenlijk niet zo mee bezig. Communicatietrends zijn vaak alweer voorbij voordat ik er erg in heb. Ik heb liever aandacht voor wat blijft: leef je in je doelgroep in, schrijf iets zo op dat zij het begrijpen en leg het boodschappenmandje niet te vol.

17. Waar zou Leene Communicatie zich volgens jou de komende 20 jaar op moeten richten?
Dat is er een uit de door mij zo gehate categorie ‘Waar sta jij over 5 jaar?’ uit eindejaarsgesprekken. Ik denk dat het bureau aandacht moet blijven houden voor het fundament van communicatie: eerlijk en zo duidelijk mogelijk informatie verwoorden. Dat is al lastig zat nu er steeds meer uiteenlopende versies van de waarheid door alles en iedereen de wereld in geslingerd worden.

18. Hoe zie jij de communicatiewereld over 20 jaar?
Nog zo’n vraag uit die categorie. Ik heb geen idee, ik ben Chriet Titulaer niet. (Google ‘m maar, want hij is vast al bijna vergeten, terwijl hij nog niet eens twintig jaar dood is.)

19. Naar wie ben je benieuwd en wat zou je die persoon willen vragen?
Naar Bob Dylan natuurlijk, hoewel een gesprek met hem waarschijnlijk een afknapper zou zijn. Vaak heb ik mij (al dan niet dromend) voorgesteld hoe een ontmoeting met hem zou verlopen. Elke vraag die ik bedenk verwerp ik een moment later alweer als volslagen stompzinnig. Ik kom altijd weer uit op: ‘What can I get you to drink?’, maar voor zo’n vraag heb je His Holy Bobness natuurlijk niet nodig.

20. Wat is je wens voor Leene Communicatie?
Da’s een inkoppertje: dat jullie er met het nodige plezier nog twintig jaar aan vastplakken!