Vier collegeakkoorden klinken zo(zo)

Blijft lastig, die eerste zin
Als een open brief aan alle inwoners, zo laat het Rotterdamse programma zich lezen. Al bij de aanhef op de eerste pagina wordt de toon gezet: ‘Beste Rotterdammers’. Diezelfde directheid is consequent doorgevoerd. Je ervaart als lezer; dit is aan mij gericht, voor mij bestemd. Hoe anders klinkt dat in het ‘Amsterdams’ waar de eerste zin luidt: “Voor u ligt het collegeakkoord 2014-2018….”. Wie nu nog zin heeft, mag zijn vinger opsteken.

Reden tot vrolijkheid
“Mensen met een beperking doen uitzonderlijk weinig aan sport”, stelt  Amsterdam is van iedereen verderop. Het zal zo kwaad niet bedoeld zijn, maar onwillekeurig lees je hierin de oproep dat gehandicapten eindelijk de rolstoel eens moeten laten staan. Veel reden tot vrolijkheid geeft het programma verder niet. Armoede, leerachterstanden, werkeloosheid en high impact crime zetten de toon. Haagse Kracht benoemt toch minstens zoveel problemen, maar spreekt tegelijkertijd het vertrouwen uit dat gemeente en inwoners er samen wat van kunnen maken. De truc? Door het verhaal te vertellen vanuit een positieve kernboodschap, voorziet dit college de problemen van een ander etiket.

Risicoloos mijmeren
In Utrecht zijn de problemen groter, althans, waar het de tekstkwaliteit betreft. “Gezondheid is een thema dat iedere inwoner van Utrecht belangrijk vindt”, mijmeren de auteurs van Utrecht maken we samen. En ook: “De sportagenda raakt veel facetten van het dagelijks leven van de Utrechter”. Van dit soort risicoloze stellingen staat het programma bol. Je kunt er moeilijk voor of tegen zijn, maar vooral voel je er niks bij. Beleidsvoornemens volgen elkaar op zonder dat er iets blijft hangen. Dat zit ook vast op neutraal geformuleerde titels zoals ‘Onderwijs’. Noem zo’n hoofdstuk liever ‘Ieder kind de beste kansen’, zoals Amsterdam doet.

De schouders eronder
Als de kersverse G4-colleges elkaar in één doelstelling weten te vinden, dan is het dat ze bewoners en bedrijven in de stad willen inschakelen. Geen bladzijde waarop participatie niet langskomt. En juist op dit punt bepaalt de manier waarop dat gebeurt, of je zin krijgt de schouders eronder te zetten, dan wel: vooral de neiging krijgt diezelfde schouders op te halen. “Utrecht is een gemeente die haar inwoners centraal stelt”, luidt de plechtige belofte waarmee Utrecht maken we samen na de inleiding van wal steekt. Hier is een schrijver aan het werk die zondigt tegen een vuistregel van overtuigen; don’t tell, show it!

Politiek dichterbij
Hoe je de politiek dichterbij de mensen brengt is een vraag die politici en wetenschappers al jaren bezighoudt. Zó gaat het in elk geval niet lukken: “Het college gaat aan de slag met het systeem van bestuurscommissies als oren en ogen van het gemeentebestuur in de stad. We gaan vanuit de inhoud het stelsel van verlengd decentraal bestuur doorontwikkelen.” Nota bene: wat het Amsterdamse college hier beoogt is om het streven naar een nieuwe bestuurscultuur(!) te onderbouwen.

Kort en goed
Dan de lengte: de colleges hebben elk grofweg zo’n dertig kantjes nodig om hun plan voor de stad te ontvouwen. Toch is die omvang op zichzelf geen halszaak, als tenminste de opbouw maar genoeg houvast biedt om er snel doorheen te komen. Vooral Haagse Kracht zou aan kracht winnen door meer overzicht aan te brengen in wat nu nogal volgeschreven pagina’s zijn. Dit kan vrij eenvoudig door per thema een overzichtelijke lijst van actiepunten en maatregelen op te nemen. Rotterdam heeft van de vier met afstand de minste woorden nodig. Elke paragraaf mondt keurig uit in overwegend helder geformuleerde afspraken die de coalitiepartners met elkaar gemaakt hebben.

Langs de ‘taallat’
Wie de collegeprogramma’s van de G4 langs de ‘taallat’ legt, wordt onderweg op heel wat pagina’s lokaal-politiek proza getrakteerd. Het zijn problemen waar Amsterdam de nadruk op legt. In Utrecht wordt vooral veel beweerd met als dieptepunt: “Het college neemt een open en faciliterende houding aan naar haar inwoners, (….)”. Tja. Den Haag spreekt aan, maar had echt korter gemoeten. Aan dat bezwaar zou een ingedikte publieksversie alsnog tegemoet kunnen komen.

Alleen Rotterdam biedt inwoners met dit akkoord het perspectief waarop je hoopt. Fris en toegankelijk taalgebruik en de directe aanspreekvorm bepalen de zeggingskracht van het beleid dat Volle kracht vooruit de lezer voorschotelt. En dat belooft wat. Eigenlijk kan je niet wachten tot het 2018 is, om te zien wat er van al die beloftes overeind is gebleven.

Maarten Hamelink is tekstschrijver bij Leene Communicatie. Zaterdag 21 juni 2014 stond deze opiniebijdrage in dagblad Trouw.