Door Cas Goertzen
Inmiddels herken je een tekst die vrijwel rechtstreeks uit ChatGPT, Claude, Microsoft Copilot of een andere AI-tool komt al na een paar zinnen. De alinea’s lopen soepel in elkaar over, de toon blijft neutraal en alles leest moeiteloos weg. Tekstueel klopt het allemaal, maar nergens voel je dat iemand eigenaarschap neemt voor de inhoud. Dat is precies wat AI-teksten zo verraderlijk maakt: ze klinken overtuigend, maar zorgen ze ook voor meer begrip?
Nu iedereen in seconden een overtuigende tekst kan produceren, wordt zichtbaar hoeveel communicatie eigenlijk draait om interpretatie, verantwoordelijkheid en gevoel voor context. Ondertussen krijg ik steeds vaker de vraag: “Als iedereen met AI in een handomdraai teksten kan produceren, verlies jij als tekstschrijver dan niet je waarde?” Die reflex is begrijpelijk, maar klopt niet. Het probleem zit niet in de opkomst van AI, maar in de gegenereerde (on)werkelijkheid die daar langzaam uit ontstaat.
Tekstschrijver van een gegenereerde werkelijkheid
Stel je eens voor dat iedereen hetzelfde klinkt: dezelfde stem, hetzelfde ritme, dezelfde woorden. Geen aarzeling, geen rafelrandjes, geen moment waarop iemand even stilvalt of zichtbaar twijfelt. Je luistert mee in een gesprek, maar eigenlijk luister je naar stemmen die elkaar voortdurend bevestigen. In het echte leven zou dat al snel surrealistisch worden. Toch beginnen we het online langzaam normaal te vinden.
Daar begint het onderscheid tussen tekst produceren en daadwerkelijk communiceren. Ja, AI helpt organisaties sneller schrijven, samenvatten en structureren. Alleen zit er geen mens achter die aanvoelt wanneer een formulering afstandelijk, ontwijkend of onnodig hard overkomt. AI kan een tekst logisch opbouwen en overtuigend laten klinken, maar mist precies datgene wat communicatie effectief maakt: het vermogen om te voelen hoe woorden bij anderen kunnen landen.
Neem bijvoorbeeld een reorganisatiebericht: het kan zorgvuldig geformuleerd zijn en toch vooral aanvoelen als schadebeperking in nette volzinnen. Medewerkers letten niet alleen op wat er wordt gezegd, maar vooral op wat níét wordt uitgesproken. Bij een bewonersbrief speelt iets vergelijkbaars. De feiten kunnen kloppen, terwijl het wantrouwen juist groeit omdat niemand heeft aangevoeld waar mensen werkelijk boos of onzeker over zijn.
Nu iedereen met AI moeiteloos teksten kan produceren, wordt de vraag interessanter: wat wordt er eigenlijk nog gezegd? Zodra je die door AI gegenereerde teksten kritischer leest, begin je patronen te herkennen. Verantwoordelijkheid blijft meestal ergens tussen de regels hangen. Om besluiten wordt voorzichtig heen geschreven. Risico’s verdwijnen achter nette formuleringen waar niemand zich aan kan branden. AI-teksten lezen daarom soepel weg. Alleen ontstaat er ondertussen een groter probleem: organisaties raken gewend aan taal waarin niemand nog écht iets zegt. Het resultaat is communicatie die professioneel oogt, maar steeds minder richting geeft.
Wat de smartphone deed met fotografie
De verschuiving in het schrijversvak lijkt ergens op wat eerder met fotografie gebeurde. Vrijwel iedereen loopt inmiddels rond met een goede camera op zak. Foto’s maken kost nauwelijks moeite meer en technisch ziet het er meestal prima uit. Met AI-teksten gebeurt nu ongeveer hetzelfde. Op het eerste gezicht klopt alles. De structuur staat overeind, de toon is consistent en de boodschap komt snel over. AI-teksten zijn wat dat betreft net stockfoto’s: technisch verzorgd, direct herkenbaar en gemaakt om zo soepel mogelijk binnen te komen. Zoals kantoormuziek: niet storend, prima op de achtergrond, maar vijf minuten later weet je niet meer wat je eigenlijk hebt gehoord.
AI maakt vooral zichtbaar hoe gewend organisaties zijn geraakt aan taal die niemand mag afschrikken en versnelt de behoefte aan risicoloze communicatie. Daardoor dreigt communicatie steeds meer te veranderen in een gladgestreken tussenlaag. Waar niemand zich echt in herkent, waar niemand bezwaar tegen maakt en niemand dus wat aan heeft. Daarom moeten we terug naar de basisprincipes van een goede tekst: iemand moet ergens voor staan, iets durven beweren en accepteren dat niet iedereen daarin meegaat. Dat begint bij simpele vragen: voor wie schrijf je eigenlijk? Wat moet iemand begrijpen, voelen of doen nadat hij de tekst heeft gelezen?
Zodra je een specifieke doelgroep wilt bereiken, moet je juist keuzes maken: in toon, in woorden en in wat je wel of juist niet zegt. Dat is ook de gedachte achter de visie van Leene: “Beter begrijpen leidt tot meer begrip.” AI kan informatie samenvatten, structureren en helder presenteren. Effectief communiceren draait uiteindelijk om iets anders: begrijpen hoe een boodschap bij iemand binnenkomt en weten wat een specifieke doelgroep nodig heeft om zich aangesproken, serieus genomen of overtuigd te voelen.
Schrijven wordt makkelijker, communiceren niet
Hoe makkelijker het wordt om geloofwaardige teksten te produceren, hoe zichtbaarder een ongemakkelijke werkelijkheid wordt: jarenlang hebben we taal vaak verward met begrip. Zolang een tekst logisch klonk, namen we al snel aan dat er ook een doordachte afweging, duidelijke verantwoordelijkheid of echte overtuiging achter zat. AI laat zien hoe dun die scheidslijn eigenlijk is. Een tekst kan grammaticaal kloppen, overtuigend opgebouwd zijn en toch volledig losgezongen raken van degene die hem publiceert.
Effectief communiceren lukt daarom pas op het moment dat iemand begrijpt hoe woorden bij een ander kunnen binnenkomen. Daardoor verschuift ook de waarde van communicatie naar iets wat veel lastiger automatiseerbaar blijkt: interpretatie, nuance, contextgevoel en de bereidheid verantwoordelijkheid te nemen voor wat er wordt gezegd. Zodra iemand dat aanvoelt, wordt zichtbaar hoe groot het contrast is tussen tekst produceren en daadwerkelijk begrijpen wat een specifieke doelgroep nodig heeft.
AI kan moeiteloos bestaande ideeën combineren, samenvatten en geloofwaardig laten klinken, maar daardoor ontstaat vaak communicatie die niemand raakt. Wat blijft hangen komt zelden voort uit herhaling van zetten, maar uit oorspronkelijkheid: een eigen idee, een scherpe keuze of een creatieve invalshoek die niet voortborduurt op wat al bestaat. Juist nu AI steeds meer teksten produceert, groeit de waarde van communicatie die laat zien dat iemand werkelijk begrijpt wat er speelt. Daarvoor moet je begrijpen wat er onder mensen leeft, waar ze afhaken en waarom sommige woorden blijven hangen terwijl andere direct verdwijnen. Daar moet je tijd en moeite in stoppen. Daarom geloven we bij Leene dat beter begrijpen leidt tot meer begrip. Om mensen te begrijpen, zijn mensen nodig. Niet alleen de juiste tools, maar ook vakmanschap.
Bij Leene gebruiken we AI dagelijks om sneller verbanden te leggen, informatie toegankelijker te maken en complexe vraagstukken scherper in beeld te krijgen. Daarbij blijft menselijke afweging centraal staan. Juist in nuance, interpretatie en het weten hoe communicatie kan landen, ontstaat uiteindelijk het verschil tussen een tekst die alleen logisch klinkt en een boodschap die daadwerkelijk binnenkomt. Vanuit die gedachte ontwikkelden we ook eigen AI-tools, om sneller te redigeren en stakeholders beter in kaart te brengen en te begrijpen.
Benieuwd hoe wij AI inzetten binnen communicatie- en participatietrajecten? Neem gerust contact met ons op.



